index vorige
      "Columns en ander leesvoer"

Een compilatie van teksten waarvan de meeste zijn verschenen als Column in het infoblad van 'ICHTUS' Pinkstergemeente en Evangelie Gemeente 'De Weg' in Zaandam. Samen met ander 'leesvoer' geven zij een weerspiegeling van een turbulente tijd zoals elke kerk of gemeente wel eens doormaakt wanneer God ons bepaalt bij fundamentele zaken die te maken hebben met het volgen van de Heilige Geest en het uitzien naar een tijd van verfrissing en opwekking in deze tijd.
   
Jacob, Job en Jij

 Neem mij niet kwalijk dat ik tutoyeer, maar met jij bedoel ik natuurlijk u en ik, voor zover u zich in dit rijtje thuis voelt.

 Ik neem het u niet kwalijk wanneer u twijfelt, want voor ons gevoel zijn Jacob en Job nogal verschillende persoonlijkheden. Met Job hebben we misschien de minste moeite. Hij is een voorbeeld van een oprecht gelovige, met een wel haast grenzeloos Godsvertrouwen.

 In zijn goede dagen bracht hij dikwijls brandoffers voor zijn kinderen, voor het geval zij bij hun feesten gezondigd hadden in Gods ogen (1), en ook in zijn slechte dagen kwam er geen enkel kwaad woord over zijn lippen, ondanks de vermeende aanklachten van zijn vrienden.

 Hij was een integer mens; iemand die staat voor zijn geloof en door dik en dun zijn vertrouwen op God heeft.

 Het woord 'oprecht', wat de schrijver van het boek Job meermalen gebruikt, drukt uit dat Job een - volmaakt, volledig, gewoon, rustige, moreel onschuldig, onkreukbaar, ethisch volkomen - mens was; kortom, een voorbeeld voor ons allen.

 Nee, neem daar tegenover Jakob eens: In onze ogen was hij eerder een oplichter, een gemeen typetje die zelf zijn zaakjes wel even zou regelen. Maar over Jacob lezen we: "Toen de jongens opgroeiden, werd Esau een man, ervaren in de jacht, een man van het veld, maar Jakob was een huiselijk man, die in tenten woonde."(2)

 Je hoort vaak zeggen; hij was een doetje, een moederskindje! Maar bestuderen we het woord 'huiselijk', wat hier gebruikt wordt, dan zien we dat dit het zelfde grondwoord is als wat bij Job vertaalt wordt met 'oprecht'! Ik denk dan ook dat het handelen van Jacob eerder het gevolg was van het manipulerend handelen van zijn moeder dan van hemzelf. Pas wanneer hij op eigen benen komt te staan, zien we de ware Jacob tevoorschijn komen; iemand die zelfs bereid is tweemaal zeven jaar in dienst van z'n oom te gaan om zijn bruid te verkrijgen. Hij had z'n lesje blijkbaar door schade en schande geleerd.

 Toch was hij er nog niet. Hij had nog een belofte van God die niet vervuld was, maar dat door zijn handelen in zijn jeugd aardig op losse schroeven was komen te staan. Wanneer hij besluit, met Gods hulp, terug te gaan naar zijn geboortegrond heeft hij het daar best moeilijk mee. Ja zelfs zo, dat hij weer terug valt op eigen kunnen en kansberekeningen. (3)

 Even verderop lezen we dat Jacob 's nachts een wandelingetje gaat maken. Dat doet hij niet voor z'n plezier maar omdat hij doodsbang is en de stilte van de nacht zoekt om tot God te bidden. Hier zien we hoe Jacob in zijn 'diepe' momenten met zijn geloof in God omgaat...

 Wanneer hij al zijn frustraties uit worstelt aan de Jabbok, met een Man (met een hoofdletter!) die hij daar ontmoet, komt hij tot de uitspraak;

"Ik laat u niet gaan, tenzij gij mij zegent." (4)

 Ja, hoe gaan wij om met onze moeiten en zorgen? Onlangs kwam ik een aantal aardige uitspraken tegen in de stijl van Loesje, maar dan van Visje! (ondertekend met het Ichtus visje) Eén daarvan wil ik u niet onthouden, omdat deze perfect aansluit bij de inhoud van deze column:

Als je niet kunt slapen;
ga dan geen schaapjes tellen,
maar praat eens met de Herder!


    Rev.Camp         [jul'98]

(1) Job.1:4-5 (2) Gen.25:27 (3) Gen.32:7 (4) Gen.32:24

De pagina opmaak is gebaseerd op een scherm formaat van 1024 bij 768 pixels. [gebruik F11 voor meer beeld]