index vorige
      "Columns en ander leesvoer"

Een compilatie van teksten waarvan de meeste zijn verschenen als Column in het infoblad van 'ICHTUS' Pinkstergemeente en Evangelie Gemeente 'De Weg' in Zaandam. Samen met ander 'leesvoer' geven zij een weerspiegeling van een turbulente tijd zoals elke kerk of gemeente wel eens doormaakt wanneer God ons bepaalt bij fundamentele zaken die te maken hebben met het volgen van de Heilige Geest en het uitzien naar een tijd van verfrissing en opwekking in deze tijd.
   
Het doorntje van Petrus

 Laatst kwam ik een goed bedoelde bemoediging, met een knipoog, tegen; Een opsomming van vermeldde onvolkomenheden bij bijbelse personages die God, ondanks hun miskwalificaties, toch in Zijn dienst heeft gebruikt. Zo was Abraham nogal oud, was Mozes een moordenaar, Gideon bang, Rachab een hoer, ging David vreemd, had Elia zelfmoordgedachten, Timotheus maagklachten, en Paulus een doorn in z’n vlees (...). En zo omvatte de lijst een kleine dertig namen.

 Over de spreekwoordelijke ‘doorn in het vlees’ van Paulus doen heel wat theorieën de ronde, maar volgens mij zou het heel best zijn verleden als Christenvervolger geweest kunnen zijn, want overal waar Paulus kwam hadden zijn ‘tegenstanders’ hieraan een stok om mee te slaan.

 Hoewel Jezus hem zelf heeft geroepen èn aangesteld, zal hij misschien (in zijn zwakke momenten) wel eens aan Gods uitspraak over David gedacht kunnen hebben: "gij moogt voor mijn naam geen huis bouwen, omdat gij veel bloed voor mijn aangezicht ter aarde hebt doen vloeien." (1)

 Gelukkig hebben wij niet zo’n belastend verleden als Paulus, maar wat dacht u van een pijnlijke confrontatie zoals die van Petrus? Petrus verloochende Jezus en realiseerde zich dat pas ten diepste toen die haan begon te kraaien. "Hij had het nog maar net gezegd of er kraaide een haan. Toen herinnerde hij zich wat Jezus tegen hem had gezegd. ... Hij ging naar buiten en huilde bittere tranen." (2) "... Hij was er kapot van." (3)

 En dit pijnlijke ‘voorval’ staat nogwel uitgebreid vermeld in alle vier de evangeliën!

 Nee, dat zullen wij natuurlijk nooit doen (...), maar hoe dicht hierbij ligt vaak niet ons struikelen? Je collega ‘betrapt’ je bij het doen van een privé klusje op het werk. En daar gaat je imago als christen; Aan diggelen! (Misschien heeft daar ons spreekwoord; ‘Daar kraait geen haan naar!’ wel mee te maken.) Van binnen knapt er iets en je beleeft een beetje (?) van Petrus’ pijn.

 Toch houdt het leven daarmee niet op. Jezus schoof Petrus niet opzij, maar riep hem (misschien juist wel op dat zwakke moment) voor een heel bijzonder taak: "Weid mijn schapen" (4) Dit ging echter niet zomaar. Petrus, de anders zo stoere haantje de voorste, besefte door Jezus’ vraagstelling dat vergeving heel diep gaat! Dieper dan mensen kunnen (be)oordelen.

 Wanneer we het gesprek tussen Jezus en Petrus in het Johannes Evangelie wat nader bekijken treffen we daar het gebruik van twee woorden aan voor ‘houden van’. Misschien bij wijze van test vraagt Jezus tot twee maal aan toe hoe Petrus zich voelt in Zijn aanwezigheid (agapè = graag in iemands nabijheid zijn.) en tot twee maal toe verwoordt Petrus dit met; diepe vriendschap (phileo = vriendschap, hartsverbondenheid). Bij de derde keer gebruikt Jezus het zelfde woord als Petrus; diepe vriendschap en snapt Petrus de boodschap (en de opdracht).

 We lezen niets over vergeving, maar dat zal in de ontmoetingen daarvoor zeker aan de orde zijn geweest. (Jezus was immer ook voor Petrus’ zonden aan het kruis gegaan...)

 Hoewel het niet Petrus maar Johannes (?) betrof, is ons ‘voortbestaan’ niet afhankelijk van onze eigen moeitevolle geloofsworsteling, maar juist van Jezus’ alles overrulende beslissing: "Indien Ik wil, dat hij blijft, totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij." (5) Jezus stapt hier niet licht over een zaak heen, maar biedt ons (on)voorwaardelijke genade aan. Ik heb expres de voorvoeging -on- even los gezet van -voorwaardelijk- want er is wel degelijk sprake van een voorwaarde, namelijk: "Heb je Mij waarlijk lief?" (6)

 Johannes schrijft hierover in een van zijn brieven dat; "indien ons hart ons veroordeelt, God meerder is dan ons hart". (7) Helaas lopen wij deze uitspraak vaker tegen ‘t lijf in de minder prettige, typisch Nederlandse, variant: "Indien uw hart u niet veroordeelt, dan doen wij het wel..." En zo heeft elke christen wel z’n eigen doorntje....

 Daarom wil ik u, mede lotgenoot, bemoedigen met enkele versen uit de brief van Judas:
"Maar gij, geliefden, bewaart uzelf in de liefde Gods, door uzelf op te bouwen in uw allerheiligst geloof en door te bidden in de Heilige Geest, verwachtende de ontferming van onze Here Jezus Christus ten eeuwige leven . . . . (8) Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde, de enige God, onze Heiland, zij door Jezus Christus, onze Here, heerlijkheid, majesteit, kracht en macht voor alle eeuwigheid, en nu en in alle eeuwigheden! Amen.". (9)

    Rev.Camp         [mei'02]

(1) 1Kron.22:8 (2) Mat.27:75 HB (3) Luc.22:62 HB (4) Joh.21:15-17 (5) Joh.21:22 (6) Joh.21:15,16,17 (7) 1Joh.3:20 (8) Jud.21 (9) Jud.34-35

De pagina opmaak is gebaseerd op een scherm formaat van 1024 bij 768 pixels. [gebruik F11 voor meer beeld]